Opmerkelijk verzet en collaboratie in Vlaanderen

Jean Dubois, een overlevende van Mauthausen


Op 7 mei 2008 nodigde ik Jean Dubois uit om een woordje te zeggen op de voorstelling van mijn boek Wit en Zwart – Verzet en Collaboratie in een Vlaams Dorp. Hij is namelijk de laatste Genkse overlevende van het concentratiekamp Mauthausen en hij had me voordien zijn dagboek toevertrouwd. Zijn dochter Chantal zette zijn verhaal over drie jaar van gruwel op papier. Jean zegde toe. Maar twee dagen voor zijn optreden belde zijn dochter Christiane dat hij de zaak emotioneel niet aankon.

Ik vroeg me af of vanuit het lijdensverhaal van Jean Dubois niet een stuk Genkse oorlogsgeschiedenis op papier kon gezet worden. Want zoveel gemartelde en geëxecuteerde mensen van Genk kregen geen plaats in ons verleden. Ze zijn ‘vergeten’. Vlaamse gemeenten worstelen met hun oorlogsverleden, zeker wanneer dat verleden, zoals in Genk, zo gruwelijk was.
Dat een deel van de Vlaamse elite zich via het Vlaams Nationaal Verbond (V.N.V.), de grootste Vlaamse politieke partij tijdens de oorlogsjaren, liet verleiden tot collaboratie met de bezetter, is niet vreemd aan het zwijgen over deze oorlogstijd. Deze elite wilde niet toegeven dat ze fout zat. Dat de dominantie van een (soms in Vlaanderen geboren en getogen) francofone bourgeoisie werd ingeruild voor het germaniseren in een Reichsgau, drong bij heel wat V.N.V.’ers maar akelig langzaam door. En na de oorlog zweeg de collaborerende Vlaamse elite… en eiste amnestie. De zware repressie aan het einde van de oorlog liet een bittere nasmaak na. Walgelijke vormen van zelfjustitie in Vlaamse dorpen en steden leidden tot een verongelijkte bevolkingsgroep. Het was een bittere cocktail van zwijgen over eigen schuld en van verbittering over aangedaan leed. Toch blijft die vraag naar amnestie moeilijk. Want hoe kan je vergeven als een bevolkingsgroep niet weet of erkent wat een andere bevolkingsgroep is aangedaan?

Het is pijnlijk dat ook nog meer dan zestig jaar na die oorlog bijna niemand weet wie verklikte, wie vervolgde, wie martelde en in welke mate ‘volksgenoten’ mensen die het opnamen tegen de bezetter kwelden. Strafdossiers uit die jaren gaan maar moeizaam open. Het strafdossier van de verklikker Raymond Somers bijvoorbeeld, kan enige duidelijkheid scheppen in de pijnlijke Genkse oorlogsgeschiedenis. Het dossier van Somers kon ik in het justitiepaleis te Brussel inkijken. Deze inzage werkte revelerend. Het geeft een inzicht waarom zoveel medeburgers zwegen. Want voor je het besefte, stond je als politiecommissaris, agent, rijkswachter, burgemeester, priester, schoolmeester, werkmakker... te kijk. Na de oorlog zo onopvallend mogelijk door het leven gaan bleek de keuze die de meeste mensen maakten. Zwijgen kwam menigeen daarom goed uit.

Jean Dubois schrijft in zijn dagboek: ‘Na de oorlog wilde de wereld geloven in de vrede. De zwarte jaren moesten worden vergeten.’ En dus werd er gezwegen. Ook zij die terugkeerden uit de vernietigingskampen, zwegen. De publieke opinie wilde niet geloven dat medeburgers in zo’n hel hadden gezeten. De terugkomst van de mensen uit de kampen vanaf april 1945, zes maanden na de bevrijding van ons land, verliep dan ook allesbehalve rimpelloos, zoals historicus Gie van den Berghe in zijn monumentale werk Met de Dood voor Ogen aangaf. De teruggekeerden moesten zich aanpassen aan een wereld die hen vreemd toescheen. Er waren de achtergebleven vrienden. Er was de eigen wankele gezondheidstoestand, en het ongeloof over de onzeglijke gruwel van de kampen.
Een plaats terugvinden in een gemeenschap die hen niet begreep, was allerminst evident. Die ene keer dat Jean Dubois in aanwezigheid van vrienden en zijn vader zijn verhaal wou doen, zegde deze laatste sussend: ‘Jeanke, ge moet zo niet overdrijven…’ Vanaf dat ogenblik zweeg Jean tot …zijn dochter Chantal hem hielp zijn verhaal op papier te zetten. Toen borrelde op wat gezegd moest worden.

Meer...

In 2008 publiceerde Roger Rutten zijn boek Wit & Zwart. Verzet en collaboratie in een Vlaams dorp. Eind September 2009 wordt bij EPO zijn nieuwe boek Van Genk tot Mauthausen. Betekenisvol verzet en collaboratie in Vlaanderen. uitgegeven (29 September, Cultureel Centrum, Genk).

Vanuit het dagboek van de laatste Genkse overlevende van het beruchte concentratiekamp Mauthausen reconstrueert Rutten een konvooi van 28 Genkse weerstanders dat aan het einde van de oorlog haast was uitgemoord. De hoofdfiguur Jean Dubois komt in het boek tot leven als een idealistische jongeman die na verklikking wordt opgepakt.

‘Mijn naam is Jean Dubois. Ik was 19 jaar toen ik kennismaakte met Hitlers concentratiekampen. Ik heb de opperste verschrikkingen gezien, de opperste angsten doorstaan en de diepte van de dierlijkheid benaderd. Ik ben een getekende. Een getekende die zijn stem verheft en ze voegt bij die van de doden. De stemmen van de overlevenden, die over enkele jaren allemaal verdwenen zullen zijn, schreeuwen tot u de boodschap van de overlevenden en van de doden. Ik wil dat iedereen weet. Want als iemand weigert te weten, is hij nu reeds schuldig aan het kwaad dat morgen kan gebeuren.
 
Ik ben er nog vol van, ook zestig jaar later. De verschrikking zit nog altijd diep in me. De verschrikking, de angst, de afstomping. Ik ruik het crematorium nog altijd. Ik zie de levende skeletten nog strompelen. Ik ruik de stront en de dood, ik voel de haat en zie nog altijd de gruwel voor mij. Ik wil u laten zien, ruiken, voelen met mijn ogen, mijn neus en mijn gevoelens. Ik weet niet hoe ik u geloofwaardig moet beschrijven wat volstrekt ongelooflijk is, maar ik kan het proberen. Ik smeek u: luister naar me, want als de mensheid weigert naar ons, de ex-gevangenen van concentratiekampen, te luisteren, dan gaapt wijd open de poort naar nieuwe oorlogen, nieuwe barbaarsheden, nieuwe onmenselijkheden, nieuwe concentratiekampen.
 
Wij hebben gestreden, wij hebben geleden. Velen onder ons zijn gestorven voor de vrijheid. Maar velen die nu in vrijheid leven weten deze vrijheid dikwijls niet te waarderen. Want hoe kan de mens vrijheid waarderen als hij niet weet wat slavernij is? Wij streden en leden en sommigen stierven opdat er geen nieuwe Hitlers en Mussolini’s zouden komen. Wij kunnen vergeten noch vergeven. Maar het is niet mijn bedoeling haat te zaaien. Wij brengen een boodschap: mensen kunnen broeders en zusters zijn. Wij zijn destijds echte vrienden geweest  en over alles heen zijn wij dat tot vandaag gebleven: christenen, joden, democraten, universitairen, ongeschoolde arbeiders, bedienden, boeren... Wij hebben een eigen wereld gevormd, zonder onderscheid, zonder grenzen, zonder afkeer voor elkaars taal, elkaars huidskleur of gebruiken.
 
In de kampen zijn wij erin geslaagd mensen te blijven, toen de nazi’s ons tot dieren wilden maken. In de onmenselijkheid van honger en dorst, hitte en extreme koude, luizen, schurft, tyfus, diarree zijn wij mensen gebleven. De beesten zijn erin geslaagd ons tot wrakken te maken, maar ze hebben onze geest niet kunnen breken, integendeel.
 
Er gaan stemmen op die roepen: “Het is niet waar; het is allemaal propaganda. Het is niet mogelijk dat het waar is.” Maar het is wél waar en de waarheid moet gezegd en getoond worden. Ik kan niet tonen wat er omging in onze doden op het ogenblik dat ze stikten in hun slijm, door hun benen zakten in hun mest, voorover sloegen bij het nekschot. Ik kan niet tonen wat moeders voelden toen ze met hun kinderen in de gaskamers gedreven werden. Deze gevoelens kan ik u niet doen voelen. Ik moet u dit allemaal zeggen, want wat gisteren waar was, kan morgen opnieuw waarheid worden.

U moet naar ons luisteren, want wij weten wat u niet weet. Dit is niet geschreven voor mijn leeftijdsgenoten; dit is voor de jeugd. Laat niet opnieuw plaatsvinden wat in 1933-1945 in Duitsland gebeurde. O jeugd, breng nooit een andere Hitler aan de macht!’

 

Lees meer...

 



 


Boek Bestellen
prijs: € 26.00