Voorstelling
‘WIT EN ZWART, Verzet en Collaboratie in een Vlaams Dorp’

ROGER RUTTEN


Press/Media | Print Word Doc | Donderdag, 24 april 2008, Evenementenhal Zonhoven

Goedenavond, Dames en Heren,

Oorlog beklijft. Oorlog blijft intrigeren. Zeker met de Tweede Wereldoorlog is dat het geval. Wij hoeven maar de eerste de beste boekenzaak binnen te stappen en ter hoogte van de afdeling Geschiedenis de verhouding te meten tussen het aantal boeken over de Tweede Wereldoorlog en andere, en het bewijs is geleverd. Het tijdperk ’40-’45 trekt aan.

Mijn inziens ligt dat aan vier oorzaken. Eerst en vooral is er de generatie mensen die de periode heeft meegemaakt. De oorlogsjaren hebben hen getekend. Velen van hen maken trouwens een duidelijk onderscheid tussen hun jaren vóór en hun jaren nà de oorlog. Maar natuurlijk is dat een persoonlijke en dus subjectieve kwestie.
Er zijn ook wetenschappelijke oorzaken voor de interesse voor de Tweede Wereldbrand te vinden. Enerzijds valt de figuur van Adolf Hitler, ondanks tientallen biografieën, nog steeds moeilijk te vatten. Anderzijds stellen we vast dat er zich naast de nuchtere oorlogsfeiten, zoals tactische besprekingen, veldslagen, bombardementen enz…, een ontstellende en haast ongeloofwaardige klopjacht heeft voorgedaan die miljoenen mensen machinaal, aan de lopende band, heeft vermoord. En tertio is er de geheimzinnige kant aan deze oorlog, een kant die zich afspeelde in de illegaliteit, in de clandestiniteit: die van de collaboratie en het verzet.

Van dat laatste thema heeft Roger Rutten in zijn nieuwe boek ‘Wit en Zwart’ een duidelijk beeld proberen te scheppen. Hij maakte het zich daarmee niet gemakkelijk, want niet alleen tijdens de bezettingsjaren schuwden collaboratie en verzet het daglicht; ook vandaag nog, meer dan zestig jaar na de bevrijding, blijft menige collaborateur of lid van een verzetsgroep weinig spraakzaam over wat hij of zij destijds heeft uitgevoerd. Over wie heeft meegeheuld met de vijand en op welke manier, over wie weerstand heeft geboden aan de bezetter en hoe, bestonden en bestaan bovendien vele misvattingen die na zo vele jaren een eigen leven zijn gaan leiden en halve waarheden werden.

Wie Roger echter kent, weet dat hij zich niet zomaar laat doen. Deze uitdaging zag hij wel zitten en vol goede moed is hij eraan begonnen. Intussen is er veel gebeurd en spreken de cijfers voor zich. Het boek ‘Wit en Zwart’ was een eenmansproject en het werk, de opzoekingen en het uitschrijven, slorpten zeven jaar op. In die tijdsspanne interviewde Roger Rutten 200 mensen; doorworstelde, bestudeerde en verwerkte hij honderden documenten; las niet minder dan 98 boeken en trachtte al die tijd zelf door de bomen het bos te zien, de eerste voorwaarde om een dergelijk onderwerp later op een bevattelijke manier voor een breed publiek in boekvorm te verwerken. Zover is het nu. Rogers geesteskind is geboren; het wordt vandaag gedoopt en hij mag er fier op zijn.

De titel ‘Wit en Zwart’ lijkt op het eerste gezicht een cliché. Al zoveel malen in dezelfde context gebruikt en dus niet erg origineel. Maar wie kan een betere titel bedenken? Verzet en collaboratie, wit en zwart, een schrijnender tegenstelling is toch niet te verzinnen? En elkeen die weet dat dit boek over de Tweede Wereldoorlog handelt, beseft met deze titel meteen wat er in het boek besproken wordt.
Maar de ondertitel lijkt mij nóg belangrijker: ‘Verzet en Collaboratie in een Vlaams Dorp’. In een ‘Vlaams Dorp’, welk is niet genoemd. Laat er geen misvatting over bestaan: Roger Rutten, afkomstig van Zonhoven, belicht in zijn boek met talloze voorbeelden inderdaad het collaboratie- en verzetsleven in zijn geboortedorp, maar beperkt er zich niet toe. Zijn werk geeft vooral een impressie van hoe in het héle Vlaamse land tussen 1940 en 1945 dorpelingen, stedelingen, gemeentenaren tegenover de Duitsers en mekaar stonden, hoe ze met mekaar omgingen, welke conflicten daaruit voortsproten en wat daarvan de gevolgen waren. Zonhoven dient hier enkel tot voorbeeld van tientallen andere gemeenten. Een beetje vulgariserend zou ik kunnen zeggen: vervang in Rogers boek in de uitgewerkte incidenten en anekdotes de naam ‘Zonhoven’ door bvb. Genk, Mechelen of Brugge, en de gebruikte personennamen door namen uit die andere gemeenten, en U bekomt de geschiedenis van collaboratie en verzet in een nieuwe locatie. Wat niet belet dat de Zonhovenaren met dit werk bevoorrecht blijven, want zij zullen over het reilen en zeilen in hun gemeente tijdens de bezetting heel wat opsteken.

Roger Rutten was jarenlang een bevlogen docent. Dat merken we duidelijk in zijn boek. Op een erg didactische en dus heldere wijze legt hij een ontstellend moeilijke materie uit. Dat was nodig, want zei de Zonhovense verzetsman Fons Saenen hem niet ooit in verband met de verzetsgroepen in het dorp: “In Zonhoven liep alles door elkaar!”? Maak daar dan maar eens een duidelijke voorstelling van!
Roger heeft dat geprobeerd en is er glansrijk in geslaagd. Elk hoofdstuk, elk onderwerp begint hij met het ophangen van een algemene stelling, geldig voor heel Vlaanderen. En daarna toont hij die met verscheidene plaatselijke, vooral Zonhovense, voorbeelden aan. Uiteraard zijn die bewijzen doorspekt met citaten uit de honderden interviews die Roger ten behoeve van zijn werk heeft afgenomen. En hier stoten we op een interessante vaststelling die bewijst dat Roger zeven jaar lang niet over één nacht ijs is gegaan.
Wat die interviews betreft, is het gevaar dat een zegsman of zegsvrouw vandaag een gekleurde versie geeft van iets wat jaren geleden gebeurd is, niet denkbeeldig. Daarom werden getuigenverklaringen of dagboekaantekeningen door historici lang gebrandmerkt als subjectieve, tendentieuze berichtgeving, die historisch onderzoek eerder in de weg stond dan vooruit hielp. Recentelijk is daarin een kentering gekomen. Moderne vorsers erkennen tegenwoordig het belang van deze ego-documenten op voorwaarde dat ze worden aangevuld door wetenschappelijke duiding en gesitueerd in een ruimer kader. De ‘kleine’ geschiedenis dient op de schragen te liggen van de ‘grote’!
Welnu, ik las het boek van Roger geconcentreerd en ik kon hem op geen enkel ogenblik betrappen op een voortvarend besluit. Vele zegslui komen in zijn boek aan bod, zelfs letterlijk geciteerd, maar steeds onderbouwt Roger hun uitspraken met de publicatie van officiële documenten of de verwijzing ernaar, waardoor hij aantoont dat hij nooit onmiddellijk tevreden was en alles minstens tweemaal wou controleren. Die secure houding siert hem als historicus.
En àls de auteur zich al eens moest tevreden stellen met een bepaalde uitspraak van iemand, die niet kon geverifieerd worden (door afwezigheid van geschreven bronnen of omdat archieven gesloten bleven), dan stelt hij zijn eigen conclusie in vraag. Hij geeft zijn mening – en dat is zijn goed recht -, maar oordeelt niet. Hij biedt de lezer de kans er een eigen visie op na te houden, hetgeen de principes van de objectiviteit doet respecteren.
In die zin is àlles wat in Rogers boek staat, het lezen waard. Daarom kan ik iedereen die het werk ter hand neemt, aanraden niet alleen de eigenlijke tekst door te nemen, maar zeker ook de voetnoten niet links te laten liggen. Een pluim trouwens voor uitgeverij EPO, omdat zij de voetnoten niet gemakshalve achteraan in het boek heeft gebundeld (waardoor de lezer er amper naar zal kijken), maar ze integendeel heeft geplaatst waar ze horen: onderaan de bladzijde waar zij van belang zijn.

Een ander staaltje van het didactische talent van Roger Rutten ontwaarde ik tijdens de lezing van Zonhovense incidenten, vooral die waarbij verzetsgroepen betrokken waren en waarin diverse namen van personen voorkwamen. Hoe beperk je je tot de weergave van een gebeurtenis, maar wil je de lezer toch de hele voorgeschiedenis van die hoofdrolspelers doorspelen? Vertel je alles, dan ‘leest’ het boek moeilijk of valt het in verschillende delen uiteen, iets wat een uitgeverij wellicht niet zal appreciëren. Vertel je te weinig, dan wordt de lezer met een wrang gevoel en talrijke vragen opgescheept. Roger heeft dat handig opgelost: hij vertelt over feiten die een verzetsman gepleegd heeft, maar geeft nadien in een kleiner lettertype ook de letterlijke weergave van de weerstandsfiche die destijds van deze verzetsman werd opgemaakt in opdracht van het ministerie van Landsverdediging. Zo krijgt de lezer een veel breder beeld van iemand die op een bepaald tijdstip en op een zekere plaats in Rogers boek een rol speelt.

Roger Rutten is bij het samenstellen van zijn boek sereen en gewetensvol tewerk gegaan. De bewijzen zijn legio.
Het is geen geheim dat hij de Zonhovense verzetslui die zich voor hun gemeente en vaderland inzetten en zich tegen de Duitsers verweerden, tot echte helden promoveert. Dat maakt hij al duidelijk in zijn inleiding. Maar een en ander betekent niet dat Roger voor de collaborateurs geen begrip kan opbrengen. Hij tracht zich in het gedrag van deze mensen in te leven en is niet te beroerd om menigeen het voordeel van de twijfel te gunnen, indien er verzachtende omstandigheden zijn. Op bladzijde 254 in zijn boek heeft hij het over de collaborateur Leo H., die in 1946 werd aangehouden en van zijn rechter te horen kreeg dat hij zelf moest bewijzen dat hij niets gedaan had van wat hem ten laste werd gelegd. Roger Rutten voegt er in een volgende zin aan toe: ‘De omgekeerde schuldvraag dus’; hij stipt aan dat wat de rechter vroeg in feite de omgekeerde wereld was.
Nadat vervolgens is uitgelegd dat de bewuste Leo H. aanvankelijk ter dood werd veroordeeld, vervolgens levenslang kreeg en uiteindelijk in 1953 werd vrijgelaten (een lange lijdensweg), besluit Roger: ‘Oh ja, verzetsman Hanssen diende voor hem (Leo H.) een verzoekschrift in om zijn straf te verlichten. En tekenend was ook dat Leo H. aanwezig was op de begrafenis van de vrouw van weerstander Leo Wouters.’
Elders, op pagina 292, heeft Roger het over Zonhovense jongedames die met Duitse soldaten geflirt hadden en na de bevrijding door de dorpsgenoten argwanend werden bekeken. Roger weigert in zijn werk de namen van deze vrouwen te noemen, ook al beschikt hij erover. ‘Wij willen geen schandaalkroniek,’ betoogt hij. Over sereniteit gesproken!
En tussen pagina 305 en 325, twintig bladzijden lang, laat hij de oorlogsnotities van gemeentesecretaris Richard Jaenen spreken. De man werd na de bezetting onterecht van collaboratie beschuldigd, onderging menige vernedering, werd op talloze wijzen psychisch gekwetst, maar bekwam later eerherstel. De slotzin van Jaenens notities, gericht aan zijn belagers, spreekt voor zich en het pleit nogmaals voor de sereniteit en objectiviteit van Roger Rutten dat hij die heeft  behouden voor zijn boek: ‘Nu de tijd van de bevrijding met al zijn uitspattingen voorbij is, zou ik u willen vragen: hebt ge al eens diep in uw hart gekeken en u afgevraagd of het niet verkeerd was wat ge met ons gedaan hebt? Misschien hebt gij ook een beetje spijt. Dat zou ik willen.’

 

De zwaartepunten in ‘Wit en Zwart’ manifesteren zich volgens mij op drie fronten.
Eerstens geeft Roger Rutten duidelijk weer dat het Vlaamse en Zonhovense verzet niet iets was van de laatste dagen van de bezetting, maar dat ook al in 1940 en 1941 werd getracht de Duitsers stokken in de wielen te steken, een situatie die meermaals wordt vergeten.
Tweedens maakt Roger op het eind van zijn boek een duidelijk onderscheid tussen reëel verzet en regelrecht banditisme tijdens de laatste bezettingsmaanden. Hij bericht bovendien over de ongezonde rivaliteit die onder verschillende verzetsgroepen bestond, een rivaliteit die soms tot kleine en grote drama’s leidde.
En ten derde heeft hij het over de, zoals ik ze graag noem: ‘vergeten’ groep van 3.401 joden die tussen december 1940 en februari 1941 vanuit Antwerpen gedwongen naar Limburg werden versast en daar over 43 gemeenten verspreid. Zonhoven ontving er op 18 januari 1941 96. Decennialang was van deze mensen niets bekend. Waarom kwamen zij naar Limburg? Hoe leefden ze hier? Waarom verdwenen zij opnieuw naar Antwerpen of Brussel in het holst van de nacht? Eindigde hun leven in Auschwitz of doken ze tijdig onder?
In het begin van de negentiger jaren van de vorige eeuw verrichtte Frans Keersmaekers uit Kwaadmechelen pionierswerk door voor het eerst te berichten over deze joden, speciaal over de joden uit Kwaadmechelen. Sindsdien zijn er drie boeken over deze problematiek verschenen; vorig jaar nog publiceerde de heer Mathieu Rutten over dit thema. Maar voor de rest moesten we het totnogtoe stellen met een handvol, meestal oppervlakkige, artikels van heemkundige kringen in hun respectievelijke tijdschriften. Welnu, Roger Rutten besteedde aan deze joodse Zonhovenaren in zijn boek ‘Wit en Zwart’ een hoofdstuk van niet minder van 50 bladzijden, een nieuwe en belangrijke bijdrage om deze mensen, die allen een eigen levensverhaal hadden en die graag leefden, net als wij, terug in de herinnering te brengen.

Roger Rutten hield eraan zijn boek te besluiten met een open einde. In tweevoud nog wel. In zijn laatste paragraaf betoogt hij dat na de bevrijding in Zonhoven het ‘ancien regime’ terugkeerde en de favoriete kandidaat van het verzet voor het burgemeesterschap het moest afleggen tegen de vooroorlogse burgemeester, die – volgens geruchten – door het collaborerende VNV in 1941 als oorlogsburgemeester van Zonhoven zou zijn naar voren geschoven. Roger besluit die alinea met het veelbetekenende: ‘Over collectief geheugen gesproken.’, wat ongetwijfeld interessante stof voor discussie overlaat aan de lezer.
En het boek eindigen met een lied van de Zonhovense straatzanger Kee Boeven, getiteld: ‘Het is veranderd’ en verwijzend naar de aftocht van de Duitsers, is een vondst, omdat de tekst van een lied in zijn poëtische vorm zonder de minste inspanning meermaals kan gelezen worden en aanzet tot mijmering en reflectie, terugkijken op wat was, terugkijken op een beloken tijd!

Dames en Heren,
Beste Roger,
‘Wit en Zwart, Verzet en Collaboratie in een Vlaams Dorp’, een gedurfd project waarvoor zowel schrijver als uitgeverij alle eer mogen opeisen, is een vlot geschreven boek dat een diepmenselijk portret schetst van alle personen die erin voorkomen, ongeacht tot welk kamp hij of zij behoorde. Het werk is een nieuwe en waardige parel aan de kroon van zowel de locale als de Vlaamse geschiedschrijving van de bezettingstijd en zijn naweeën.
Daarom hoop ik dat de auteur zijn pen niet breekt en we van hem nog talrijke werken van deze aard mogen verwachten.

Roger, proficiat.
Ik dank U.