press‎ > ‎

Burgeroorlog in Genk -Jean Dubois overleefde Mauthausen

zaterdag 14 november 2009 Lieven Sioen  - De Standaard

Origineel | Terug naar Press
Jean Dubois bij het wrak van een bommenwerper. rr
Op weinig plaatsen was de strijd tussen verzetslui en collaborateurs zo bloedig als in Genk. Auteur Roger Rutten spit dat onverwerkte verleden boven en laat de verraden verzetsman Jean Dubois voor het eerst getuigen hoe hij het concentratiekamp Mauthausen overleefde. 'Op den duur ben je geen mens meer.' 

Toen op 11 mei 1940 een colonne Duitse infanteristen Genk binnenmarcheerde, bekeek niet iedereen de komst van de nazi's met dezelfde gevoelens. Velen hadden angstige herinneringen aan de gruweldaden die de Duitsers tijdens de Eerste Wereldoorlog hadden begaan. Maar het radicaal rechtse en Duitsgezinde Vlaams Nationaal Verbond telde op dat moment 524 leden in het mijnstadje. Velen van hen zagen de fascisten graag komen. Met de hulp van het Duitse broedervolk, zo hoopten ze, zou de Vlaamse ontvoogding sneller gerealiseerd kunnen worden dan binnen de Belgische monarchie.

Dat het VNV in Genk zo sterk stond, had te maken met het Franstalige topkader van de mijnen, vertelt Roger Rutten, een hogeschooldocent die na zijn pensioen het collaboratieverleden van zijn geboortestreek onderzocht en daar het boek Van Genk tot Mauthausen over publiceerde. 'Terwijl Limburgse boeren naar de mijnen van Wallonië trokken, haalde men ervaren ingenieurs en kaderleden uit Wallonië naar Limburg. Zij deden vaak heel neerbuigend tegenover de arbeiders en de lokale bevolking. Het gevolg was dat aan de vooravond van de verkiezingen het VNV 23 procent scoorde. Veel van die VNV'ers zijn al vanaf het begin van de oorlog in de collaboratie gestapt.'

Het VNV richtte vrij snel een eigen Veiligheidsdienst en een paramilitaire militie op, de Zwarte Brigade, die voor de nazi's verzetslui en onderduikers opspoorde. 104 Genkenaars trokken naar het Oostfront.

In 1941 leverde het VNV de oorlogsburgemeester van Genk, Jef Olaerts, ter vervanging van de door de nazi's afgezette burgemeester Lantmeeters. Dat het Genkse VNV meer was dan rechts en Vlaamsgezind, was al duidelijk aan de vooravond van de oorlog. 'Er woonde een kleine Joodse gemeenschap in het ook toen al heel multiculturele Genk', vertelt Rutten. 'In 1938 noemde het blad Hou Zee het Limburgse mijngebied “een oase voor Joodse sjacheraars,. Op de huizen van Joodse Genkenaars werden leuzen geschilderd: “Weg met Joden - Koopt niet bij Joden.,' Naast het VNV en zijn zusterorganisaties ontstonden in het mijnstadje ook enkele pure nazistische bewegingen. Zoals de antisemitische Volksverwering, die Joden opspoorde om aan de nazi's uit te leveren, afdelingen van de Hitlerjeugd, de Vlaamse SS en De Vlag. Tussen de SS en het VNV woedde een machtsstrijd, maar in de repressie van het verzet waren ze elkaars bondgenoten. 'Genk was een zwart nest', zegt Rutten. 'Het VNV heeft in Genk vreselijk veel leed veroorzaakt.'

Groeiend verzet

De ouders van Jean Dubois behoorden tot het andere kamp. Zij behoorden tot het door het VNV verfoeide Franstalige mijnkader. Zij verhuisden in 1929 naar Genk. Jean werd tot zijn twaalfde door zijn grootouders opgevoed, en reisde dan zijn ouders achterna naar Waterschei, waar hij in de katholieke school Nederlands leerde en lid werd van de scouts. 'Mijn ouders waren apolitiek', vertelt de nu 87-jarige Jean Dubois. Het Frans van zijn kinderjaren klinkt al lang niet meer door in zijn Limburgse tongval. Negentien was hij toen hij met twee vrienden door zijn scoutsleider apart werd
genomen. 'Hij vroeg of we bij het verzet wilden komen. Maar hij waarschuwde ons ook meteen. Wie verzetsman werd, riskeerde de kogel.' Drong het echt tot hem door hoeveel risico hij liep? 'Neen, wij hadden het gevoel dat ons niets kon gebeuren.'

Natuurlijk was niet heel Genk zwart. Al van in het begin van de oorlog koesterde de bevolking een sterke haat tegen de bezetters. Een Duits bombardement had op 12 mei 1940 tien slachtoffers geëist in de cité van Winterslag. Bovendien maakten Duitse soldaten zich schuldig aan brutaliteiten tegen de bevolking werd het voedsel al snel gerantsoeneerd. Mensen leden honger, en vanaf 1942 werden werkkrachten opgeëist voor Duitsland. Het droeg allemaal bij tot het groeiende verzet tegen de
Duitsers en hun collaborateurs.'

Uit dit reservoir van anti-Duitse gevoelens kon het verzet putten. Vanaf 1940 organiseerden overtuigde communisten en belgicisten de ondergrondse in Limburg. De verzetslui drukten sluikbladen, zetten een vluchtlijn voor Engelse piloten op, verzamelden wapens en smokkelden explosieven uit de mijnen. Jean Dubois moest inlichtingen verzamelen. De scouts hadden van het Duitse bestuur de toestemming om door velden te zwerven waar andere burgers niet mochten komen.
'Ik had een fototoestel en maakte foto's van bunkers, afweergeschut of neergehaalde vliegtuigen.' Hij toont enkele foto's van zichzelf en een vriend bij het wrak van een Britse bommenwerper. 'Die info gaf ik aan mijn scoutsleider. Ze werd via andere verzetslui aan de Britse spionagediensten bezorgd. Maar op dat ogenblik kende ik niemand buiten mijn eigen cel.'

Wat het verzet vooral beoogde in Genk was het vertragen of saboteren van de steenkoolproductie, die van cruciaal belang was voor de Duitse oorlogsmachine. 'Men sneed kabels door, stichtte brand in machinekamers of goot zand in de smeerpotten van treinen', vertelt Jean. 'Zelf heb ik ooit de vrachtbrieven van treinen verwisseld, zodat de lading op de verkeerde bestemming belandde.'

Werkt langzaam

Het duurde niet lang voor iedereen iedereen bespiedde in Genk. De jonge Jean Dubois onderschatte het risico. 'Ik stond in het magazijn van de mijn. Iemand kwam bouten vragen en ik schreef boulons op de bestelbon, omdat die Franse terminologie nu eenmaal gebruikelijk was in de mijn. Die man eiste dat ik “bouten, zou schrijven. Trap het af, antwoordde ik. Bleek dat die kerel bij de Vlaamse SS zat.'

Sindsdien was Jean verdacht. Een hem goedgezinde opzichter plaatste de jonge weerstander over naar een andere afdeling. Daar bewaarde Jean in zijn kastje pamfletten waarin de mijnwerkers opgeroepen werden om trager te werken in de aanloop naar 1 mei. Hij laat me een bewaard exemplaartje zien: 'Mijnwerkers, gij werkt voor Hitler. Werkt langzaam.' Op de achterzijde staan vier varkens getekend. Als Jean het papiertje op de juiste manier plooit, komt het gezicht van Hitler te voorschijn.

Een levensgevaarlijke grap, zo zou Jean snel ervaren. 'Ik maakte ringen uit metaalafval, die ik aan de boeren verpatste voor extra voedsel. Een werkmakker brak in mijn kastje in om die juwelen te stelen, en zag de pamfletjes.'

De dief nam de pamfletten weg om Jean Dubois te verraden, maar weer een andere anti-Duitse opzichter kon op zijn beurt de bewijzen onderscheppen en vernietigen. 'Ze hebben toen aan mijn vader voorgesteld om de verklikker dood te slaan en zijn lijk te verbranden in de stookketel van de mijntrein. Maar dat wilde mijn vader niet.' Voor die barmhartigheid betaalde Jean een prijs. Zijn naam werd doorgespeeld aan de Vlaamse SS en enkele dagen later, op 27 april 1942, klopten 's nachts de Feldgendarmen aan ten huize Dubois. Een Genkse mijnopzichter toonde hen de weg. 'Ik wist dat ik verdacht was. Maar als ik durfde weg te lopen, zouden ze mijn familie fusilleren', vertelt Jean. 'De
Feldgendarmen hebben me naar de rijkswachtkazerne van Genk gevoerd, en vandaar via Hasselt naar de gevangenis in Antwerpen.' Daar werd Jean drie keer ondervraagd door de Duitse SicheGestapo. Aan zijn blik merk ik dat hij liever niet terugkomt op hun ondervragingstechnieken. 'Maar ik heb geen namen genoemd', benadrukt hij. Bewijzen tegen Jean waren er niet, alleen het woord van een verklikker. 'Toch kreeg ik na een week te horen dat mij de kogel wachtte. Ik kreeg de stempel N und N, Nacht und Nebel. Ik mocht met niemand nog contact opnemen en werd geschrapt uit de burgerlijke stand. Eigenlijk hield ik op te bestaan. Mijn ouders kregen een bericht dat ik ter dood was
veroordeeld. In oktober werd ik op de trein naar Breendonk gezet.'

Na zijn arrestatie hingen enkele Genkse Oostfronters een pop aan een strop aan de kastanjeboom
voor het huis van zijn ouders, met de naam Jean Dubois erop geprikt.

Liquidatiegolf


Jean Dubois bleef maar tien dagen in Breendonk. 'Maar dat was lang genoeg om vreselijke dingen te zien. Op de eerste dag werden we allemaal met knuppels afgeranseld. Daarna moesten we de aarden wal van het fort afgraven. De mijnwerkers waren sterk genoeg voor dat werk, maar wie niet kon volgen, werd in elkaar geslagen of in de modder verdronken. De wreedste bewakers waren Vlaamse SS'ers. In Breendonk waren het Vlamingen die Vlamingen doodfolterden.'

Samen met Jean Dubois werden in het najaar van 1942 nog 27 andere verzetsluiuit Waterschei naar Breendonk gevoerd. Verraad had tot een golf van arrestaties geleid, het verzet was een zware klap toegediend. 'Het VNV en de oorlogsburgemeester hadden opgeroepen om te verklikken', zegt Rutten. 'Mensen beseffen vandaag nog veel te weinig welke verraderlijke rol het VNV tijdens de oorlog heeft gespeeld.'

Roger Rutten steekt niet weg dat hij met zijn boek een weerwoord wil geven op het bijna 25 jaar geleden verschenen boek Terreur in Limburg van Jos Bouveroux. De VRT-journalist beschrijft daarin het geweld tussen verzet en collaboratie als een burgeroorlog, waarin de verzetsluiin 1943 het eerste schot losten. 'Dat er in Limburg een burgeroorlog heerste, daar ben ik het mee eens. Dat de naoorlogse repressie walgelijke vormen aannam, is absoluut waar. Dat de grens tussen verzet en banditisme bij sommigen vervaagde, ook dat ontken ik niet. Maar dat het verzet met zijn liquidaties de contraterreur door het VNV zou hebben uitgelokt? Dat is wel heel kort door de bocht. Al in 1942 zijn 28 Genkenaars die door het VNV waren verklikt, weggevoerd naar Breendonk en Mauthausen. In april 1944 zijn in Breendonk 24 Limburgse verzetslui gefusilleerd. Het is net vanwege deze deportaties dat het verzet in 1943 heeft beslist om verklikkers te liquideren.'

Jean Dubois heeft de golf van liquidaties niet meegemaakt. Op dat moment zat hij al in Mauthausen. De 28 Genkenaars werden na tien dagen Breendonk op de trein gezet naar Oostenrijk. Het transport telde 250 gevangenen. 'We waren een week onderweg, opgesloten in beestenwagons, zonder eten of drinken.' Van de 250 gedeporteerden waren er eind december al 190 dood. Van de 28 Genkenaren overleefden er slechts acht de oorlog. In theorie was Mauthausen een kamp voor politieke tegenstanders, Russische krijgsgevangenen, zigeuners en homoseksuelen. In de praktijk was het een uitroeiingskamp dat over een gaskamer beschikte, maar waar vooral door de dwangarbeid in de granietmijnen honderdduizend doden vielen. 'Na drie maanden was negentig procent van de nieuwkomers dood', zegt Jean Dubois. 'Ik ruik het crematorium nog. Ik zie de levende skeletten nog strompelen. Ik ruik nog de stront en de dood.'

Gevangenen gingen ten onder aan ontbering, vroren dood, stikten in de modder of stierven aan dysenterie in hun eigen uitwerpselen. Jean zag verschillende vrienden voor zijn ogen sterven. 'Een vriend was zo verzwakt dat hij viel en in de modder is doodgetrappeld. Een andere jongen uit Waterschei is doodgeslagen door bewakers die zijn sigaretten wilden pakken. Nog een ander was zo verzwakt dat hij geen granieten steen meer kon oppakken. Een bewaker heeft zijn hoofd met die steen
verpletterd. Ik heb mensen zien ophangen en in de elektriciteitsdraden zien jagen. Als je zoiets meemaakt, ben je op den duur geen mens meer. Je sluit je af van alle normale emoties.'

Geluk en handigheid

Ik vraag hem hoe hij het drie jaar heeft volgehouden in dat 'moordkamp', om zijn woorden te gebruiken. 'Geluk en handigheid', zegt hij. 'Ik probeerde op te gaan in de groep, stond nooit op de eerste rij, maar was wel altijd kandidaat voor karweitjes, in de keuken bijvoorbeeld, zodat ik aan wat extra eten raakte. Ik dronk nooit van het brakke water in de granietgroeve en leste mijn dorst met steentjes in de mond. Toch blijf je de rest van je leven met de vraag worstelen waarom jij het wel hebt overleefd en al die anderen niet.'

Vijftig Genkse verzetsluioverleefden de oorlog niet. Van de overlevenden van Mauthausen wonen er nog drie in Genk. 'Ik ben niet haatdragend', zegt Jean. 'Maar vergeten kan ik niet.' Na de oorlog kwam hij de collaborateurs en zijn verklikker weer tegen in de straten van Genk. 'We negeerden elkaar.'

Roger Rutten vond het wel nodig om het oorlogsverleden uit te spitten en man en paard te noemen. Niet iedereen in Genk en omgeving is daar gelukkig mee.

'Een deel van de Vlaamse elite is tijdens de oorlog in de collaboratie gestapt, maar kon na de oorlog de draad weer opnemen. De oorlogsburgemeester van Genk, bijvoorbeeld, zat vijf jaar in hechtenis, maar werd later volksvertegenwoordiger.'

'Veel verzetslui daarentegen werden vanaf de jaren vijftig afgedaan als communisten, bandieten of zelfs terroristen. Of ze zwegen, omdat de mensen de oorlog wilden vergeten. Jean is opgehouden met praten op de dag dat zijn vader hem zei dat hij niet zo moest overdrijven. Ik vond dat nog wel eens gezegd mocht worden wie de echte helden waren van die tijd.'

Roger Rutten. 'Van Genk tot Mauthausen. Opmerkelijk verzet en collaboratie in Vlaanderen'. Epo, 456 blz.

Comments