Het Belang van Limburg - Maandag 4 Mei 2009 (p.11)
Press/Media | Origineel interview (klik) | Print Interview - pdf formaat (klik)

Genkenaar Getuigt tegen nazikampbeulen

“Ik was 19 toen ik kennismaakte met Hitlers concentratiekampen. Ik heb er de opperste verschrikkingen gezien.” Het is de allereerste zin uit het dagboek waarin Jean Dubois zijn belevenissen in naziwerkkamp Mauthausen neerpende.

Bijna 64 jaar na zijn bevrijding uit het kamp is de Genkenaar bereid om tijdens een proces in Spanje te getuigen tegen vier kampbeulen.

Jean Dubois is nog de enige overlevende van een konvooi van 250 man - onder wie 28 man die in de mijn van Waterschei werkten - dat in 1942 vanuit Fort Breendonk naar Mauthausen, een naziwerkkamp in Oostenrijk, vertrok.

“Die treinreis duurde een week. Totaal uitgehongerd kwamen we in Mauthausen aan, waar we moesten werken in de steengroeve. Van ‘s morgens tot ‘s avonds sjouwden we met grote blokken op onze rug”, vertelt Jean, 87 jaar inmiddels maar nog zeer scherp van geest.

De Genkenaar vierde op 4 mei 1945 zijn laatste verjaardag in het kamp. “Een dag later werd ik door de Amerikanen bevrijd - het schoonste verjaardagscadeau van mijn leven.”

Dagboek

In zijn appartementje in Genk staan kasten vol met ringmappen, zorgvuldig volgestouwd met pamfletten (‘Werkt langzaam! U werkt voor Hitler’) uit Jeans tijd bij het verzet, brieven die hij naar het thuisfront schreef en officiële documenten van de Duitse bezetter die zijn lot bezegelden. “Zo is onze pa nu eenmaal. Hij houdt al-les bij”, lacht de zoon. Jean diept ook een liefdesbrief uit de VS op. “Van een zus van een Amerikaanse piloot wiens leven we gered hebben. Ze heeft die brief nog in het Vlaams geschreven.”

Zijn belevenissen in Mauthausen schreef Jean van zich af in een dagboek. Dat overhandigde hij aan auteur Roger Rutten, die de getuigenis verwerkte in ‘Genk-Breendonk-Mauthausen’ - een boek over het Genkse oorlogsverleden dat in september verschijnt.

Het dagboek wekte ook de interesse van de Brits-Amerikaanse mensenrechtenjurist Donald Ferencz, die Jean afgelopen zaterdag opzocht. “Mijn vader Benjamin is door mensenrechtenorganisatie Equipo Nizkor, dat vanuit Charleroi opereert, gevraagd voor een Spaanse rechtbank te komen getuigen tegen vier (inmiddels hoogbejaarde) nazibeulen (Anton Tittjung, Josias Kumpf, Johann Leprich en John Demjanjuk, red.) die verbonden waren aan de kampen in Flossenbürg, Sachsenhausen én Mauthausen. Hij was in 1947 als hoofdaanklager betrokken bij de berechting van de nazi-kopstukken door het Neurenberg Tribunaal.”

Veel crucialer voor de rechtszaak die momenteel in Madrid loopt, is echter de verklaring die Ferencz senior op 9 mei 1945 afnam van de Zonhovense verzetsheld Lucien Vanherle, over de ‘hel van Mauthausen’. “Omdat die getuigenis zo’n indringend beeld schetste van het nazikamp”, aldus Donald. “Door in België op zoek te gaan naar nabestaanden van Vanherle, of mannen die met hem in Mauthausen gezeten hebben, wilde ik m’n vader overtuigen naar Spanje te gaan. En in één weg ook andere getuigenissen over de nazigruwel verzamelen en voorleggen aan Equipo Nizkor.”

Gerechtigheid

Via Roger Rutten kwam Donald terecht bij Jean Dubois. “Zijn getuigenis is van onschatbare waarde. Hij heeft ‘Mauthausen’ immers ondergaan en hij is de laatste in België die het nog kan navertellen”, meent Donald.
“Ik heb er geen moeite mee om over die periode te praten”, zegt Jean bij een kopje koffie. En ik moét dit doen. Gerechtigheid zal geschieden.”

Arne BIESMANS