press‎ > ‎

Ik neem het op voor de anonieme verzetslieden

Roger Rutten schrijft onthullend boek over Tweede Wereldoorlog in Genk  


zaterdag 10 oktober 2009, Auteur: Rudi Smeets | Terug naar Press | Origineel

GENK - Vorige dinsdag verscheen 'Van Genk tot Mauthausen' van Roger Rutten, een meeslepend boek over de gruwel van collaboratie en verzet tijdens WO II.
Roger Rutten (68) is een gewezen docent van de Normaalschool van Bokrijk en de Katholieke Hogeschool Limburg. Vorig jaar publiceerde hij Wit & zwart. Verzet en collaboratie in een Vlaams dorp. Daarin schetste hij een onthutsend beeld van zijn geboortedorp Zonhoven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Goed een jaar later pakt hij alweer uit met een turf van bijna vijfhonderd pagina's. Daarin focust hij op de oorlogsgebeurtenissen in zijn huidige woonplaats Genk.

'Maar je mag het niet lezen als een boek over Genk. Wat hier gebeurde, vond ook elders in ons land plaats', nuanceert hij. Aan de hand van honderden getuigenissen, brieven, documenten, krantenartikels en foto's haalde hij een begraven stuk verleden naar de oppervlakte. Zijn vertrekpunt is het dagboek van de laatste Genkse overlevende van het concentratiekamp Mauthausen, de inmiddels 87-jarige Jean Dubois. Ook verzetsleider Edmond Mengels (Belgische Nationale Beweging) en Max Devries, kopstuk van Onafhankelijkheidsfront, krijgen in dit verzetsboek een bijzondere plaats. Die individuele benadering geeft het onthullende boek een grote herkenbaarheid.

Roger Rutten beschrijft Jeanke Dubois als een idealistische jongeman, die actief werd in het Genkse verzet. Na verklikking werd hij opgepakt en gedeporteerd.

In het verhaal wordt ook veel aandacht besteed aan de omstreden oorlogsburgemeester Jef Olaerts. 'Hij was licentiaat economie en gaf een tijd les aan het Genkse Handelsinstituut', verduidelijkt Rutten. 'Hij was eveneens redacteur bij het collaborerende blad De Toekomst. Daarna werd hij propagandaleider van het Vlaams Nationalistisch Verbond (VNV), dat in Genk maar liefst 524 aangesloten leden had. Er was ook een zeer sterke SS-afdeling en een groep van de antisemitische Volksverwering. Rabiate Jodenjagers, zeg maar.'

Wie was Jean Dubois?

Roger Rutten: 'Zijn ouders waren afkomstig van Luik, maar vertrokken naar de Limburgse mijnstreek om er te werken.Via Karel Vandenhove, zijn scoutsleider in Waterschei, kwam hij terecht bij de verzetsbeweging BNB, later het Geheim Leger. Vandenhove waarschuwde hem: Denk goed na. Als ze u pakken, is 't de kogel. Jean meldde zijn plannen aan zijn vader, die akkoord ging. Hij vond dat zijn zoon oud genoeg was om te weten wat hij deed.'

'Samen met drie andere scoutsleden vormde hij een cel. Zij verspreidden pamfletten onder de bevolking om niet samen te werken met de Duitsers. Hij werkte in het atelier van de mijn van Waterschei, waar hij zich manifesteerde als een gewiekste saboteur. Het verzet begreep immers heel snel dat het saboteren van de oorlogseconomie van essentieel belang was om de bezetter te treffen.'

Wat hield die sabotage in?

'Dat was een brede waaier van activiteiten, te beginnen met de verspreiding van clandestiene boodschappen als Langzaam werken is goed, saboteren is beter en Mijnwerkers! Gij werkt voor Hitler, werkt langzaam. Jean was ook heel inventief in het bedenken van sabotagetechnieken. Als hij op zondag transportbanden moest smeren, werd er niet gesmeerd. Hij gooide zand in de smeerpotten, zodat treinen na een paar kilometer stilvielen. Op 27 april 1942 kwam er een abrupt einde aan zijn verzetsactiviteiten omdat hij werd verraden door een werknemer van het atelier, Jef Daenen. Die had in de kast van Jean anti-Duitse pamfletten aangetroffen en verwittigde de beruchte Feldgendarmen. Hij kwam terecht in het fort van Breendonk, vanwaar hij op 9 november met een konvooi van 250 gevangenen werd overgebracht naar Mauthausen. Daarvan waren er 28 van Waterschei. Op het einde van de oorlog bleven er acht over.'

Was het makkelijk om hem voor je boek te interviewen?

'Hij heeft het geruime tijd moeilijk gehad om over de oorlog te praten. In zijn dagboek schrijft hij: Na de oorlog wilde de wereld geloven in de vrede. De zwarte jaren moesten worden vergeten. Daarom werd er gezwegen. De publieke opinie wilde niet dat medeburgers in zo'n hel hadden gezeten. Toen Jean zijn verhaal wilde doen in aanwezigheid van vrienden en familie, zei zijn vader: Jeanke, ge moet zo niet overdrijven. Vanaf dat ogenblik zweeg hij tot zijn dochter Chantal hem hielp om zijn verhaal op papier te zetten. Toen ik hem anderhalf jaar geleden uitnodigde om een woordje te zeggen op de voorstelling van mijn vorige boek, zegde hij toe. Twee dagen voor de presentatie liet zijn dochter Christiane echter weten dat hij het emotioneel niet aankon.'

Het is bijna een boutade geworden: in de oorlog was er wit en zwart, maar vooral veel grijs. Jij beschrijft WO II vooral vanuit het standpunt van het verzet.

'Wie waren de terroristen in Limburg? In Terreur in oorlogstijd legt Jos Bouveroux de verantwoordelijkheid voor het geweld bij het verzet, maar in welk kamp vielen de meeste slachtoffers? In Genk alleen werden vijftig tegenstanders geliquideerd, tegenover slechts zeven zwarten. Als Vlaanderen van dat slechte oorlogsgeweten af wil, moet er toch nog eens duidelijk op gewezen worden welke de rol van de collaboratie was. Ik snap trouwens nog altijd niet waarom er in Genk geen monument werd opgericht voor die vijftig gesneuvelde verzetslieden.'

Waarom neem je het meer dan zestig jaar na datum voor hen op?

'Omdat zij en zoveel andere gemartelde en geëxecuteerde inwoners van Genk geen plaats kregen in ons verleden. Een deel van de Vlaamse elite liet zich immers via het VNV, de grootste Vlaamse politieke partij tijdens de oorlogsjaren, verleiden tot collaboratie met de bezetter. Na de oorlog wilde die elite niet toegeven dat ze fout zat. Ik neem het op voor al die anonieme verzetslieden die hun leven riskeerden door hulp te bieden. Aan de bijna zevenduizend ondervoede Russische krijgsgevangenen die uit de Duitse dodenkampen naar de Limburgse mijnen werden gestuurd, bijvoorbeeld. Ze werden strikt gescheiden van de andere mijnwerkers, maar in de ondergrond was er een grote solidariteit en werd stiekem voedsel onder de draad gestoken. Ze werden eveneens geholpen als ze wilden vluchten of onderduiken.'
Comments